slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Verklaringen van Chicago

Gepost in Over ons

De onfeilbaarheid en de interpretatie van de Bijbel

Verklaringen van Chicago over de onfeilbaarheid (28 oktober 1978)

en over de interpretatie (13 november 1982) van de Bijbel

 

Inleiding: Patrick Nullens

Vertaling: Geert Lorein

 

1. Inleiding

 

In 1978 werd te Chicago een evangelische Schriftbeschouwing geformuleerd. Onder de leiding van belangrijke theologen als Carl Henry, Francis A. Schaeffer en J.I. Packer verzamelden zich ongeveer 250 evangelische geleerden. Hieruit ontstond de “The Chicago Statement on Biblical Inerrancy”.1  De conferentie duurde amper drie dagen. Het spreekt voor zich dat we de tekst niet mogen beschouwen als een volwaardige geloofsbelijdenis.2  Het blijft een menselijk formuleren van datgene wat groter is dan onszelf. Het gaat hier om een gemeenschappelijke “verklaring” die opnieuw bevestigt wat christenen altijd hebben geloofd. De tekst is bijzonder bruikbaar en nuttig voor het theologisch onderwijs. Vele bijbelscholen en seminaries verwijzen inmiddels naar dit document.3

 

De tekst over “Inerrancy” (onfeilbaarheid) bestaat uit drie delen: een samenvattende verklaring, negentien artikelen van bevestiging en ontkenning en een korte uitleg. Deze laatste werd hier niet opgenomen.4  De benadering om het oude te bevestigen en bepaalde dwalingen te ontkennen, plaatst dit document binnen een duidelijk historisch kader. Evangelischen moeten hun standpunt duidelijk formuleren tegenover de ontwikkelingen binnen de huidige theologie.

 

Een duidelijke omschrijving van het gezag van de Bijbel krijgt pas betekenis wanneer we ook formuleren hoe we de Bijbel uitleggen. De hermeneutiek werd in de evangelische theologie een steeds belangrijker thema. Men vergaderde opnieuw over het onderwerp hoe men de onfeilbare Schrift diende uit te leggen en het resultaat was “The Chicago Declaration on Biblical Hermeneutics” (1982). 5  De honderd deelnemers bereikten een consensus over fundamentele hermeutische principes: een beginselverklaring die uitnodigt tot verder nadenken.6

 

Noten bij de inleiding

 

1 De initiatiefnemer was de International Council on Biblical Inerrancy (ICBI), opgericht in 1977 met als doel de Bijbelse onfeilbaarheid te verdedigen.

2 Dit wordt in de inleiding van de tekst zelf gesteld: “We acknowledge the limitations of a document prepared in a brief, intensive conference and do not propose that this Statement be given credal weight. ... We offer this Statement in a spirit, not of contention, but of humility and love, which we purpose by God's grace to maintain any future dialogue arising out of what we said.”

3 Aan het Bijbelinstituut België en de Evangelisch Theologische Faculteit zijn beide verklaringen opgenomen in het document “Karakter en Roeping”. Recent heeft ook de Evangelische Alliantie Vlaanderen dit document opgenomen in haar huishoudelijk reglement.

4 Voor de Engelstalige tekst over Biblical Inerrancy (1978), cf. Journal of Evangelical Theological Society 21.4 (December 1978) pp. 289-296; N. L. GEISLER (ed.), Inerrancy (1979); recenter: W. GRUDEM, Systematic Theology (1994) pp. 1203-1207

5 Voor de Engelstalige tekst over Biblical Hermeneutics, (1982), cf. Journal of Evangelical Theological Society 25.4 (December 1982) pp. 397-401. Dit is een waardevolle jubileum-uitgave met als onderwerp de onfeilbaarheid van de Bijbel. Zie ook het uitvoerige boekwerk E. D. RADMACHER & R. D. PREUS, Hermeneutics, Inerrancy and the Bible. Papers from the ICBI Summit II (1984) 931 pp. In het Nederlandse taalgebied: A. KNEVEL, M. J. PAUL (red.), Het gezag van de Bijbel (1987) pp.185-193.

6 Het debat in de USA is in het Nederlandse taalgebied minder bekend maar toch nuttig. In de sporen van B. B. Warfield werd hier heel wat denkwerk verricht. Naast bovengenoemde literatuur verwijzen we graag naar R. R. NICOLE, J. R. MICHAELS, Inerrancy and Common Sense (Grand Rapids, 1982); D.A. CARSON; John WOODBRIDGE (eds.), Scripture and Truth (Grand Rapids 1992). Een kort overzichtsartikel: M. J. ERICKSON, “Biblical Inerrancy: the last twenty-five years”, in: Journal of Evangelical Theological Society 25.4 (December 1982) pp. 387-394.



2. Verklaring van Chicago over de onfeilbaarheid van de Bijbel (1978):       

 

2.1 Samenvattende verklaring            

 

1. God, Die Zelf Waarheid is en enkel waarheid spreekt, heeft de Heilige Schrift geïnspireerd om daardoor Zichzelf te openbaren aan een verloren mensheid door Jezus Christus als Schepper en Heer. De Heilige Schrift is Gods getuigenis aangaande Hemzelf.

 

2. Aangezien de Heilige Schrift het Woord van God Zelf is, geschreven door mensen, voorbereid en geleid door zijn Geest, heeft zij betrouwbaar goddelijk gezag in alle aangelegenheden die zij aanraakt: zij moet worden geloofd als Gods onderrichting in alles wat zij bevestigt, gehoorzaamd als Gods gebod in alles wat zij voorschrijft, aangegrepen als Gods belofte in alles wat ze toezegt.

 

3. De Heilige Geest, de goddelijke Auteur van de  Schrift, bekrachtigt haar aan ons door zijn innerlijk getuigenis en opent tegelijk onze geesten om haar bedoeling te begrijpen.

 

4. Aangezien de Schrift geheel en woordelijk van God gegeven is, is zij zonder dwaling of fout in al haar onderwijs, niet minder in wat zij verklaart aangaande Gods handelingen in de schepping, aangaande de gebeurtenissen van de wereldgeschiedenis en aangaande haar eigen literaire oorsprong onder Gods toezicht, dan in haar getuigenis aangaande Gods reddende genade in individuele levens.

 

5. Het gezag van de Schrift is onontkoombaar aangetast als deze volledige goddelijke onfeilbaarheid op om het even welke manier wordt beperkt of veronachtzaamd, of afhankelijk wordt gemaakt van een waarheidsvisie die tegengesteld is aan die van de Bijbel zelf; en zulke vergissingen brengen ernstig nadeel met zich mee zowel voor de enkeling als voor de Kerk.



2.2 Artikelen van bevestiging en ontkenning       

 

Artikel I

Wij bevestigen dat de Heilige Schriften aanvaard moeten worden als het gezaghebbende Woord van God.

Wij ontkennen dat de Schriften hun gezag ontvangen van de Kerk, van de traditie, of van om het even welke andere menselijke instelling.

 

Artikel II

Wij bevestigen dat de Schriften de hoogste geschreven norm vormen waardoor God het geweten bindt, en dat het gezag van de Kerk ondergeschikt is aan dat van de Schrift.

Wij ontkennen dat kerkelijke geloofsbelijdenissen, raden of verklaringen een gezag hebben dat groter is dan of gelijk is aan dat van de Bijbel.

 

Artikel III

Wij bevestigen dat het geschreven Woord in zijn geheel door God gegeven openbaring is.

Wij ontkennen dat de Bijbel louter een getuigenis is van openbaring, of alleen openbaring wordt in de ontmoeting, of van de reacties van mensen afhangt voor zijn geldigheid.

 

Artikel IV

Wij bevestigen dat God, Die de mensheid maakte naar zijn beeld, de taal heeft gebruikt als een middel tot openbaring.

Wij ontkennen dat, doordat wij schepselen zijn, de menselijke taal zo beperkt is dat ze ontoereikend is geworden voor de overdracht van de goddelijke openbaring. Wij ontkennen verder dat de verdorvenheid van de menselijke cultuur en taal door de zonde Gods inspiratiewerk doorkruist heeft.

 

Artikel V

Wij bevestigen dat er voortgang was in Gods openbaring in de Heilige Schriften.

Wij ontkennen dat latere openbaring, die eerdere openbaring zou kunnen vervullen, deze ooit corrigeert of tegenspreekt. Wij ontkennen verder dat er enige normatieve openbaring is gegeven sinds de afsluiting van de nieuw-testamentische geschriften.



Artikel VI

Wij bevestigen dat de gehele Schrift en al haar delen, tot en met de woorden zelf van het origineel, gegeven werden door goddelijke inspiratie.

Wij ontkennen dat de inspiratie van de Schrift op een juiste wijze kan worden bevestigd aangaande het geheel zonder de delen, of aangaande bepaalde delen, maar niet aangaande het geheel.



Artikel VII

Wij bevestigen dat inspiratie het werk was waarin God door zijn Geest, doorheen menselijke schrijvers, ons zijn Woord gaf. De Schrift heeft een goddelijke oorsprong. De wijze van de goddelijke openbaring blijft voor ons grotendeels een mysterie.

Wij ontkennen dat inspiratie kan worden herleid tot menselijk inzicht, of tot wat voor een verhoogde staat van bewustzijn dan ook.

 

Artikel VIII

Wij bevestigen dat God in zijn inspiratiewerk gebruik maakte van de verschillende persoonlijkheden en literaire stijlen van de schrijvers die Hij had gekozen en voorbereid.

Wij ontkennen dat God door deze schrijvers exact die woorden te laten  schrijven  die  Hij  koos,  hun  persoonlijkheden uitschakelde.

Artikel IX

Wij bevestigen dat, alhoewel inspiratie geen alwetendheid verleende, zij wel ware en betrouwbare uitspraken garandeerde aangaande alle zaken waarover de bijbelschrijvers werden bewogen te spreken en te schrijven.

Wij ontkennen dat de eindigheid die het gevolg is van de val, bij deze schrijvers, noodzakelijkerwijze of anders, verdraaiing of onjuistheid in Gods Woord heeft gebracht.

 

Artikel X

Wij bevestigen dat inspiratie strikt genomen alleen geldt voor de autograaf van de Schrift, die door Gods voorzienigheid met grote juistheid kan worden vastgesteld op grond van de beschikbare manuscripten. Wij bevestigen verder dat kopieën en vertalingen van de Schrift het Woord van God zijn in zoverre zij getrouw het origineel weergeven.

Wij ontkennen dat enig essentieel element van het christelijke geloof aangetast is door de afwezigheid van de autografen. Wij ontkennen verder dat deze afwezigheid de stelling van de onfeilbaarheid van de Bijbel ongeldig of irrelevant maakt.

 

Artikel XI

Wij bevestigen dat de Schrift betrouwbaar is doordat ze gegeven is door goddelijke inspiratie, zodat, verre van ons te misleiden, zij waar en betrouwbaar is in alle zaken waarover zij spreekt.

Wij ontkennen dat het mogelijk is dat de Bijbel tegelijk betrouwbaar is en dwaalt in zijn uitspraken. Betrouwbaarheid en onfeilbaarheid kunnen worden onderscheiden, maar niet gescheiden.

 

Artikel XII

Wij bevestigen dat de Schrift in haar geheel onfeilbaar is, vrij van elke [vorm van] onwaarheid, bedrog of misleiding.

Wij ontkennen dat de betrouwbaarheid en de onfeilbaarheid van de Bijbel  beperkt zijn tot geestelijke, religieuze of soteriologische thema's, met uitsluiting van uitspraken op het gebied van geschiedenis of wetenschap. Wij ontkennen verder dat wetenschappelijke hypotheses over de geschiedenis van de aarde op een terechte wijze kunnen worden gebruikt om de leer van de Schrift over schepping en zondvloed omver te werpen.

 

Artikel XIII

Wij bevestigen de geschiktheid van “onfeilbaarheid” als een theologische term als het gaat over de volledige nauwkeurigheid van de Schrift.

Wij ontkennen dat het correct is de Schrift te evalueren aan de hand van normen van waarheid en dwaling die vreemd zijn aan haar gebruik of doel. Wij ontkennen verder dat onfeilbaarheid wordt geloochend door verschijnselen in de Bijbel als een gebrek aan moderne technische precisie, onregelmatigheden in grammatica of spelling, natuurbeschrijvingen vanuit het standpunt van de waarnemer, het weergeven van onwaarheden, het  gebruik  van hyperbool en ronde getallen, het thematisch rangschikken van materiaal, uiteenlopende selecties van materiaal in parallelle verhalen, of het gebruik van vrije aanhalingen.

 

Artikel XIV

Wij bevestigen de eenheid en de interne consistentie van de Schrift.

Wij ontkennen dat vermeende fouten of discrepanties waarvoor nog geen oplossing is gevonden, de bijbelse aanspraken op waarheid ongeldig zouden maken.

 

Artikel XV

Wij bevestigen dat de leerstelling van onfeilbaarheid gegrond is in de leer van de Bijbel aangaande inspiratie.

Wij ontkennen dat Jezus' onderwijs aangaande de Schrift opzij kan worden geschoven door beroep te doen op accommodatie of op om het even welke natuurlijke beperking vanwege zijn mens-zijn.

 

Artikel XVI

Wij bevestigen dat de leer van onfeilbaarheid een integrerend deel is geweest van het geloof van de Kerk doorheen haar geschiedenis.

Wij ontkennen dat onfeilbaarheid een leerstelling is die zou zijn uitgevonden door scholastisch protestantisme of een reactionaire stelling is die noodzakelijk is gemaakt in reactie op negatieve hogere kritiek.

 

Artikel XVII

Wij bevestigen dat de Heilige Geest getuigenis  aflegt aangaande de Schriften door gelovigen te verzekeren van de waarachtigheid van Gods geschreven Woord.

Wij ontkennen dat dit getuigenis van de Heilige Geest werkzaam is los van of tegen de Schrift in.

 

Artikel XVIII

Wij bevestigen dat de tekst van de Schrift moet worden geïnterpreteerd met behulp van grammaticaal-historische exegese, rekening houdend met haar literaire vormen en procédés en dat de Schrift de Schrift behoort uit te leggen.

Wij ontkennen de geldigheid van om het even welke behandeling van de tekst, of om het even welk onderzoek naar bronnen die daarachter  zouden  liggen, die leidt tot relativering, de historicisering of afbreuk van zijn onderwijs, of verwerping van zijn aanspraken aangaande auteurschap.

 

Artikel XIX

Wij bevestigen dat een belijden van het volledige gezag, betrouwbaarheid en onfeilbaarheid van de Schrift van vitaal belang is voor een zuiver begrip van het geheel van het christelijke geloof. Wij bevestigen verder dat zulk een belijden zou moeten leiden tot een groeiende gelijkvormigheid aan het beeld van Christus.

Wij ontkennen dat zulk een belijden noodzakelijk is voor het heil. Nochtans ontkennen wij verder dat onfeilbaarheid kan worden verworpen zonder ernstige consequenties, zowel voor het individu als voor de Kerk.

 

3. Verklaring van Chicago over de hermeneutiek van de Bijbel (1982):        

 

Artikelen van bevestiging en ontkenning       

 

Artikel I

Wij bevestigen dat het normatieve gezag van de Heilige Schrift het gezag van God Zelf is, en dat het bevestigd is door Jezus Christus, de Heer der Kerk.

Wij ontkennen dat het gewettigd is het gezag van Christus te scheiden van het gezag van de Schrift, of het ene tegenover het ander te stellen.

 

Artikel II

Wij bevestigen dat zoals Christus God en Mens is in één Persoon, zo ook de Schrift ondeelbaar Gods Woord in menselijke taal is.

Wij ontkennen dat de nederige, menselijke vorm van de Schrift falen met zich meebrengt, evenmin als de menselijkheid van Christus, ondanks zijn vernedering, zonde met zich meebrengt.

 

Artikel III

Wij bevestigen dat de Persoon en het werk van Jezus Christus het centrale aandachtspunt is van de gehele Bijbel.

Wij ontkennen de juistheid  van  om  het  even  welke interpretatiemethode die de centrale plaats van Christus in de Schrift verwerpt of doet vervagen.

 

Artikel IV

Wij bevestigen dat de Heilige Geest, Die de Schrift inspireerde, daardoor vandaag handelt om geloof in haar boodschap te bewerkstelligen.

Wij ontkennen dat de Heilige Geest ooit iemand iets onderwijst dat tegengesteld is aan het onderwijs van de Schrift.

 

Artikel V

Wij bevestigen dat de Heilige Geest gelovigen in staat stelt zich [de inhoud van] de Schrift toe te eigenen en haar toe te passen in hun levens.

Wij ontkennen dat de natuurlijke mens in staat is om los van de Heilige Geest de bijbelse boodschap op een geestelijke wijze te onderscheiden.

 

Artikel VI

Wij bevestigen dat de Bijbel Gods waarheid uitdrukt in verifieerbare uitspraken en wij verklaren dat bijbelse waarheid zowel objectief als absoluut is. Wij bevestigen verder dat een uitspraak waar is als ze de dingen voorstelt zoals ze werkelijk zijn, maar een dwaling is als ze de dingen op een verkeerde wijze voorstelt.

Wij ontkennen dat aangezien de Schrift in staat is ons wijs te maken tot zaligheid, bijbelse waarheid zou moeten worden gedefinieerd in termen van deze functie. Wij ontkennen verder dat dwaling zou moeten worden gedefinieerd als datgene wat opzettelijk misleidt.

 

Artikel VII

Wij bevestigen dat de betekenis die tot uitdrukking komt in een bijbelse tekst enkelvoudig, bepaald en vast is.

Wij ontkennen dat de erkenning van deze enkelvoudige betekenis de verscheidenheid van haar toepassing uitschakelt.

 

Artikel VIII

Wij bevestigen dat de Bijbel onderwijzingen en voorschriften bevat die toepasbaar zijn in alle culturen en situaties en andere voorschriften waarvan de Bijbel zelf aantoont dat ze alleen van toepassing zijn in bijzondere situaties.

Wij ontkennen dat het onderscheid tussen universele en bijzondere voorschriften van de Schrift kan worden bepaald aan de hand van culturele en situationele factoren. Wij ontkennen verder dat universele voorschriften ooit mogen worden behandeld als afhankelijk van cultuur en situatie.

 

Artikel IX

Wij bevestigen dat de term “hermeneutiek”, die historisch gesproken de regels van exegese aanduidde, terecht kan worden uitgebreid om alles te omvatten wat betrokken is bij het proces van het onderzoek naar de betekenis van de bijbelse openbaring en hoe deze betrekking heeft op onze levens.

Wij ontkennen dat de boodschap van de Schrift voortkomt uit, of wordt voorgeschreven door de opvatting van de uitlegger. Zodoende ontkennen wij dat de “horizonten” van de bijbelschrijver en de uitlegger terecht kunnen “samenvloeien” op zo'n wijze dat wat de tekst meedeelt aan de uitlegger niet uiteindelijk wordt gecontroleerd door de betekenis zoals die tot uitdrukking komt in de Schrift.

 

Artikel X

Wij bevestigen dat de Schrift Gods waarheid met woorden meedeelt doorheen een grote verscheidenheid aan literaire vormen.

Wij ontkennen dat enige beperking van menselijke taal de Schrift ontoereikend maakt om Gods boodschap over te brengen.

 

Artikel XI

Wij bevestigen dat vertalen van de tekst van de Schrift kennis van God kan meedelen over alle grenzen van tijd en cultuur heen.

Wij ontkennen dat de betekenis van bijbelse teksten zo gebonden is aan de cultuur waaruit zij voortkwamen, dat het begrijpen van dezelfde betekenis in andere culturen onmogelijk is.

 

Artikel XII

Wij bevestigen dat bij de taak van bijbelvertaling en -onderwijs in de context van elke cultuur alleen die functionele equivalenten mogen worden gebruikt die getrouw zijn aan de inhoud van het onderwijs van de Bijbel.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van  methoden  die  of ongevoelig zijn voor de eisen van communicatie in een andere cultuur, of in dat proces de bijbelse betekenis verdraaien.

 

Artikel XIII

Wij bevestigen dat het zich bewust zijn van literaire categorieën, op het gebied van vorm en stijl, van de onderscheiden delen van de Schrift essentieel is voor een correcte exegese, en op grond daarvan waarderen wij genre-kritiek als een van de vele disciplines van studie van de Bijbel.

Wij ontkennen dat genre-categorieën die de historiciteit ontkennen, terecht kunnen worden opgelegd op bijbelse verhaalstof die zichzelf presenteert als een weergave van feiten.

 

Artikel XIV

Wij bevestigen dat de bijbelse weergave van gebeurtenissen, toespraken  en  uitspraken,  hoewel  voorgesteld  in  een verscheidenheid van gepaste literaire vormen, overeenkomt met de historische werkelijkheid.

Wij ontkennen dat enige gebeurtenis, toespraak of uitspraak die is opgenomen  in  de  Schrift,  bedacht  is  door  de bijbelschrijvers of door de tradities die zij hebben verwerkt.

 

Artikel XV

Wij bevestigen de noodzaak de Bijbel te  interpreteren overeenkomstig zijn letterlijke oftewel normale betekenis. De letterlijke betekenis is de grammaticaal-historische betekenis, dat wil zeggen, de betekenis die de schrijver tot uitdrukking bracht. Interpretatie overeenkomstig de letterlijke betekenis zal rekening houden met alle stijlfiguren en literaire vormen die in

de tekst voorkomen.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van om het even welke benadering van de Schrift die haar betekenis toekent die niet wordt ondersteund door de letterlijke betekenis.

 

Artikel XVI

Wij bevestigen dat gewettigde kritische technieken zouden moeten worden gebruikt bij het vaststellen van de authentieke tekst en zijn betekenis.

Wij ontkennen dat het gewettigd is aan enige methode van bijbelkritiek toe te staan om de nauwkeurigheid of integriteit van de betekenis zoals de schrijver die tot uitdrukking heeft laten komen, of van enig ander schriftuurlijk onderwijs, in twijfel te trekken.

 

Artikel XVII

Wij bevestigen de eenheid, harmonie en consistentie van de Schrift en verklaren dat zijzelf haar beste uitlegster is.

Wij ontkennen dat de Schrift zou kunnen worden uitgelegd op zo een wijze, dat er zou worden geopperd dat een gedeelte een ander zou corrigeren of tegenspreken. Wij ontkennen dat latere auteurs van de Schrift eerdere gedeelten van de Schrift verkeerd hebben uitgelegd toen ze die citeerden of ernaar verwezen.

 

Artikel XVIII

Wij bevestigen dat als de Bijbel zichzelf interpreteert, deze interpretatie altijd juist is en nooit afwijkt van de enkelvoudige betekenis, maar deze veeleer toelicht. De enkelvoudige betekenis van de woorden van een profeet omvat - maar is niet beperkt tot - het begrip dat die profeet van zijn woorden had, en brengt noodzakelijkerwijze de bedoeling van God met zich mee, zoals die tot uiting komt in de vervulling van die woorden.

Wij ontkennen dat de auteurs van de Schrift altijd de volledige implicaties van hun eigen woorden begrepen.

 

Artikel XIX

Wij bevestigen dat om het even welke vooronderstellingen die de uitlegger naar de Schrift meebrengt, in harmonie zouden moeten zijn met het onderwijs van de Schrift en vatbaar voor correctie daardoor.

Wij ontkennen dat van de Schrift zou moeten worden verlangd dat zij strookt met oneigen vooronderstellingen, inconsistent met haarzelf,  zoals  naturalisme,  evolutionisme,  sciëntisme, atheïstisch humanisme en relativisme.

 

Artikel XX

Wij bevestigen dat aangezien God de auteur is van alle waarheid, alle waarheden, bijbels en buitenbijbels, consistent en samenhangend zijn, en dat de Bijbel waarheid spreekt wanneer hij onderwerpen aanraakt in verband met natuur, geschiedenis of wat dan ook. Wij bevestigen verder  dat  in  sommige  gevallen buitenbijbelse gegevens waardevol zijn om te verduidelijken wat de Schrift leert, en om aan te zetten tot de correctie van foutieve interpretaties.

Wij ontkennen dat buitenbijbelse denkbeelden het onderwijs van de Schrift ooit weerleggen of er de bovenhand over krijgen.

 

Artikel XXI

Wij bevestigen de overeenstemming van bijzondere met algemene openbaring en daarom van het onderwijs van de Bijbel met de feiten der natuur.

Wij ontkennen dat om het even welke echte wetenschappelijke feiten tegenstrijdig zijn met de ware betekenis van enige passage van de Schrift.

 

Artikel XXII

Wij bevestigen dat Genesis 1-11 een feitenrelaas is, zoals de rest van het boek.

Wij ontkennen dat het onderwijs van Genesis 1-11 van mythische aard is en dat er beroep kan worden gedaan op wetenschappelijke hypothesen over de geschiedenis van de aarde of de oorsprong van de mensheid om te niet te doen wat de Schrift leert over de schepping.

 

Artikel XXIII

Wij bevestigen de duidelijkheid van de Schrift en in het bijzonder van haar boodschap over redding van zonde.

Wij ontkennen dat alle passages van de Schrift even duidelijk zijn of een even grote betekenis hebben voor de boodschap van verlossing.

 

Artikel XXIV

Wij bevestigen dat iemand voor het begrijpen van de Schrift niet afhankelijk is van de deskundigheid van bijbelwetenschappers.

Wij ontkennen dat iemand geen rekening zou moeten houden met de resultaten van de technische studie van de Schrift door bijbelwetenschappers.

 

Artikel XXV

Wij bevestigen dat de enige vorm van prediking die op voldoende wijze de goddelijke openbaring en  haar  correcte toepassing voor het leven overbrengt, die vorm is die getrouw de tekst van de Schrift uiteenzet als het Woord van God.

Wij ontkennen dat de prediker enige boodschap heeft van God los van de tekst van de Schrift.

 

 

Gepubliceerd in: P. Nullens (Ed.), Dicht bij de Bijbel, Bijbelinstituut Begië, 1997

Bestuur en medewerkers

Gepost in Over ons

Het bestuur van de EAV bestaat uit:

Herman Spaargaren (Voorzitter en vertegenwoordiger BEZ)

Rosario Anastasi (Ondervoorzitter en vertegenwoordiger ECV)

Don Zeeman (Secretaris)

Koen Celis (Vertegenwoordiger VVP)

Jelle Creemers (Vertegenwoordiger VEG en indirect de ETF)

Ben Servaas (Vertegenwoordiger ECV)

Sjaak Kaljouw (Vertegenwoordiger OAEG)

Tom De Craene (Vertegenwoordiger organisaties indirect voor Ichtus)

Koen Maeyens (Vertegenwoordiger organisaties indirect voor EJV)

 

Dagelijks Bestuur

Gepost in Over ons

Het Dagelijks Bestuur van de Evangelische Alliantie bereidt de besluitvorming van het Bestuur van de EAV voor.

de volgende personen makern deel uit van het Dagelijks Bestuur van de EAV:

Herman Spaargaren (Voorzitter)

Rosario Anastasi (Ondervoorzitter)

Don Zeeman (Secretaris)

 

Nieuwsbrief